Wat is voor een spreker de beste plek op het podium? Moet je nou aan de zijkant of aan de voorkant van het podium staan? Zeker als het podium groot is, moet je hierover nadenken. Maar ook in kleine zaaltjes kun je door de plek die je kiest, veel toevoegen aan je verhaal. Een eenvoudige ingreep, waarmee je veel kunt bereiken.


De meeste sprekers kiezen voor de plek die zij zelf comfortabel vinden.
Architecten staan in zwarte kleding aan de zijkant in het donker. Goeroes benen het podium over, politici staan in debaterstand achter het katheder. Maar wat is dan de beste plek?

Laat ik beginnen met een verhelderende mededeling: op die vragen is geen eenduidig antwoord mogelijk. Want alles wat je op een podium doet is communicatie. Elke keuze die je maakt heeft een effect. Een goede presentator kent het effect van elke keuze en zet die in om zijn doel te ondersteunen.

kies niet voor je eigen comfort,
maar kies de positie die je doel ondersteunt

Eenduidige antwoorden zijn er dus niet, maar ik kan je wel een leidraad geven die de manier van denken duidelijk maakt en waarmee je je eigen keuzes kunt maken. Mijn visie is: kies niet voor je eigen comfort, maar kies de positie die je doel ondersteunt. Dat doel wisselt per onderdeel van je presentatie. Daarmee krijg je vanzelf ook afwisseling in je positie en afwisseling houdt de aandacht vast. Altijd doen dus. Het werkt als volgt…..

Opening: midvoor

Bij de start van een presentatie is het allereerst van belang om een relatie te leggen met je publiek. Dus ga je pontificaal midden voor op het podium staan, zodat je iedereen goed ziet en zij jou. Dat is ook het moment dat je het doel van je presentatie benoemt, en ook dat is iets waarin je duidelijk en recht voor z’n raap wil zijn.

Agenda: zijlijn

Ga je naar de agenda, dan verplaats je de aandacht naar de slide. Een agenda bevat veel informatie en omdat mensen dat allemaal niet direct kunnen onthouden, laat je hen deze informatie lezen. Dat vraag om overzicht, en dus verplaats jij je naar de zijkant van het podium, kijkt mee naar de slide en dirigeert daarmee ook de blik en aandacht van de aanwezigen.

Verhaal: het hele veld

Stel dat je daarna een klein verhaal wilt vertellen, bijvoorbeeld een verhaal dat illustreert waarom jij dit onderwerp belangrijk vindt om te bespreken, dan gebruik je het hele podium. Een verhaal is expressief en daarbij gebruik je als het goed is je hele lichaam. Je loopt, gebaart, staat stil; alles om je verhaal te verlevendigen. Dus niet als een tijger in een kooi heen en weer benen, maar meebewegen op de golven van je verhaal.

Wissel van positie afhankelijk van je doel

Als je bij de moraal van het verhaal komt, en dus bij jouw persoonlijke standpunt op dit onderwerp, zoek je de plek midvoor weer op. Iets dat belangrijk is en gehoord moet worden, daar ga je voor stáan.
Vervolgens ga je informatie overbrengen, want jouw standpunt verdient toelichting en stevige argumentatie. Daarbij komen je slides weer van pas en dus verschuift je positie weer naar de zijkant, waar je intermediair bent tussen de inhoud en je publiek. Het is heel belangrijk niet te veel naar je slides te kijken, omdat je goed in de gaten moet houden of je publiek je blijft volgen. Je ziet het aan de reacties en zo kun je bij schakelen als je merkt dat het te snel gaat, of de aandacht juist vervliegt. Hoe je dat merkt en bijstelt, heb ik eerder beschreven in dit artikel.
 Zo wissel je af, tussen de zijkant, het hele podium en midvoor.

Het laatste standje

Er is nog een standje over en dat gebruik je als je de interactie met de zaal aan gaat. Daarbij beweeg je ook naar voren, je zoekt immers de mensen op en dus kom je dichterbij. Maar dat kan ook aan de zijkant zijn. In ieder geval moet uit je lichaamshouding blijken dat je open staat voor de ander. Je maakt je niet groot en sterk, zoals bij een standpunt, maar je neigt meer naar voren, uitnodigend, zachter en legt alles in je non-verbale communicatie om duidelijk te maken dat je open staat, luistert en meebeweegt.

Leidraad

Uiteindelijk is er dus geen gouden regel, maar wel een leidraad:

  • Informatie: aan de zijkant, de intermediair
  • Standpunten: midvoor, de dirigent
  • Verhalen: het hele podium, de acteur
  • Interactie: vooraan en uitnodigend, de verbinder.

Zo gebruik je je plek op het podium als een krachtig communicatiemiddel, waarmee je het publiek subtiel maar onmiskenbaar stuurt en begeleidt.