Er was eens…..
Als dagvoorzitter merk ik het direct: wanneer een spreker een verhaal aan zijn of haar presentatie toevoegt, wordt de zaal muisstil. Ik pas het zelf ook steeds meer toe in mijn eigen presentaties, maar ook in trainingen. Een paar van de lessen daaruit wil ik graag met jullie delen.


In vijf stappen naar een mooi en persoonlijk verhaal

1. Kies

Het is heel verleidelijk om drie verhalen in een te proppen. Wees blij dat je zoveel verhalen kunt vertellen en bewaar er twee voor een volgende keer. Een verhaal heeft éen duidelijke boodschap, clou en lijn. Dan komt het optimaal bij je luisteraars binnen. Pas op dat je niet te veel tijd besteedt aan de keuze van het verhaal. Steek je tijd liever in een goede uitwerking ervan, daar heb je veel meer aan.

2. Beschrijf

Er is een verschil tussen beschrijven en beschouwen.
Beschouwen: het was een mooie dag en iedereen genoot ervan.

Beschrijven: De lucht was strakblauw, er stond een lichte bries, en overal in het park lagen groepjes mensen tussen de madeliefjes.

Bij beschrijven voeg je beelden toe. Niet alleen wat je ziet, maar ook wat je hoort, ruikt of proeft. Het is de bedoeling dat iedereen zich een levendig mentaal beeld kan vormen bij jouw verhaal.

 3. Vergroot het contrast

In een verhaal zitten altijd contrasten. Bijvoorbeeld: “We hadden een geweldig feest voorbereid  toen begon het hard te regenen.”  De truc is dat je de luisteraars meeneemt in de blijdschap en jouw eigen grote verwachtingen rondom dat bijzondere feest. Naarmate je dat uitgebreider en concreter beschrijft, neemt de blijdschap en verwachting van het publiek toe.

“De beste slager van de stad had 300 biefstukken gemarineerd. We waren 3 uur bezig geweest met het opblazen van 500 ballonnen. De basisschool leerlingen stonden klaar om het ingestudeerde lied te zingen. En toen….. “ Dan bouwt de spanning op, je voelt dat het een bepaalde richting op gaat. Daarna komt het vervolg veel beter aan.
“…toen verscheen er een grote donkerpaarse wolk aan de hemel die in een noodtempo dichter bij kwam. We merkten hem pas op, toen de zon ineens verdween en er twee parasols omwoeien van een plotseling opstekende wind. “

 4. Knal ‘m er in

Begin niet, nooooooit zelfs,  met:  “ik ga jullie iets vertellen over…”.
 Het is geen middelbare school spreekbeurt. Zo’n opening is ronduit saai. Bedenk dus een eerste spannende zin, die nieuwsgierig maakt en iedereen meteen op scherp zet.
 Net als in boeken, kun je bij het vertellen van een verhaal werken met flash-backs. Begin bijvoorbeeld eens halverwege het verhaal en ga daarna terug: “Ik zie de complete ravage nog voor me: omgevallen tafels, kapotte glazen, slingers in proppen op de grond.
Terwijl het die ochtend allemaal zo mooi begon …. Een strakblauwe lucht, een zacht briesje: een mooiere dag voor mijn grote feest kon ik me niet voorstellen.

5. Neem de tijd

Een verhaal wordt in alle rust verteld. Niets ergers dan dat je het er doorheen jaagt. De effecten, zoals boven beschreven, komen alleen goed tot hun recht als je er de tijd voor neemt. Het belangrijkste effect tijdens het vertellen is de stilte. Dat is het moment waarop het verhaal echt binnen kan dringen bij de luisteraar. Ga het maar eens uitproberen. Je zult vast genieten van die stilte waarin je luisteraars je vol verwachting aankijken, benieuwd naar de rest van je verhaal.

En ze leefden nog lang en gelukkig…..